Pleidooi voor onderzoek naar complementaire zorg

Alleen in Nederland wordt onderscheid gemaakt tussen complementaire behandelwijzen en complementaire zorg. Internationaal vallen beide onder Complementary and Integrative Medicine CIM), een terrein waarop steeds meer onderzoek wordt gedaan sinds de oprichting van het Consortium of Academic Health Centers for Integrative Medicine. In Nederland ontbreekt een dergelijke kennisinfrastructuur, reden waarom ZonMw in haar Signalement 'Ontwikkeling en Implementatie van evidence based complementaire zorg' (2013) pleit voor een vergelijkbaar initiatief.

Wereldwijd en ook in Nederland gebeurt er veel op het gebied van complementaire zorg, vaak als ondersteuning aan reguliere zorg. Soms wordt het door artsen maar vaker nog door verpleegkundigen toegepast. Voorbeelden zijn vitaminepreparaten en voedingssupplementen, mind-body benaderingen als mindfulness, acupunctuur en yoga, en lichaamsgerichte technieken als massage. Vaak gebeurt het ongestructureerd en geïsoleerd en lang niet altijd met duidelijk bewijs van een veilige en effectieve inzet. Daarom pleit ZonMw voor een kennisprogramma – met name onderzoek – op het gebied van complementaire zorg. Dit pleidooi wordt gesteund door de Patiëntenfederatie NPCF.

Tegelijk is een stuurgroep gestart, die zich de komende anderhalf jaar buigt over de voorwaarden die nodig zijn voor een verantwoorde inbedding van de complementaire zorg in Nederland. ‘We willen binnen de complementaire zorg het kaf van het koren scheiden, zodat we de werkelijke bijdrage aan het verbeteren van de gezondheid kunnen bepalen,’ zegt voorzitter Ruud Hopstaken. ‘Het zou een schande zijn als we zorg die werkt, de patiënt onthouden,’ stelt de Rotterdamse hoogleraar chirurgie Hans Jeekel in dagblad Trouw. Ook Jeekel is betrokken bij het rapport en lid van de stuurgroep, die verder bestaat uit Martine Busch (Van Praag Instituut) en Hans Kerkkamp (Atrium MC). De stuurgroep gaat draagvlak zoeken bij belangrijke stakeholders in de gezondheidszorg, zoals onderzoekers, kennisinstellingen, professionals, zorginstellingen, patiëntenorganisaties, zorgverzekeraars, bedrijven en beleidsmakers.

Behalve het verschijnen van het ZonMw-rapport en de instelling van de stuurgroep is er aan een derde activiteit gewerkt, namelijk een landelijke inventarisatie van complementaire zorg initiatieven in Nederlandse ziekenhuizen en verpleeghuizen. Deze ‘mappingstudie’ brengt niet alleen in kaart wat er op dit vlak al gebeurt, maar geeft ook zicht op de behoeften van de zorgprofessionals waar het gaat om betere implementatie en toepassing. De mappingstudie is uitgevoerd door Van Praag Instituut, Louis Bolk Instituut en Erasmus MC.

Onderzoek: motiverend en nodig

Onderzoek is vaak de enige weg om een antwoord te krijgen op de veel gestelde vragen: ”Werkt de interventie, worden de bewoners/patiënten er beter van, waarderen zij het, is het effectief, is het in het werk in te passen, verandert de werkbeleving van de staf, waarderen zij het, wat kost het, etc.? Ook als een volledig wetenschappelijk onderzoek niet mogelijk is kunnen zorgverleners toch een bijdrage leveren aan meer inzicht in de complementaire zorg op de afdeling door bijvoorbeeld in samenspraak met HBO opleidingen een eenvoudig onderzoeksproject op te zetten. 

Binnen de afdeling CZ proberen we onderzoek te stimuleren en vragen onze leden om goed verslag te leggen van de interventies die gegeven worden. Ook case studies zijn een mogelijkheid om de werking van c.z. te kunnen laten zien. 

Tijdens de jaaropleiding tot Complementair Verpleegkundige zal veel aandacht besteed worden aan de Case Study als manier om de effectiviteit van complementaire interventies te beschrijven en te toetsen.

Voorbeelden uit de praktijk

Ga hier naar besloten Mijn V&VN om de verhalen, casussen te lezen.

Heb je zelf een mooi verhaal of casus die je wilt delen, stuur deze op naar: webbeheer.complementair@venvn.nl  zodat wij kunnen kijken of jouw verhaal geplaatst kan worden.